PrismaLife


Duurzaamheidsgerela-
teerde openbaarmakingen

PrismaLife


Duurzaamheids-gerelateerde openbaarmakin-gen

PrismaLife


Duurzaamheids-gerelateerde openbaarmakingen

Duurzaamheidsgerelateerde openbaarmakingen


Als financiëlemarktdeelnemer in de zin van Verordening (EU) 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële-dienstensector (Sustainable Finance Disclosure Regulation; kortweg: SFDR) maakt PrismaLife AG bepaalde duurzaamheidsgerelateerde informatie bekend op bedrijfs- en productniveau.
Status van de onderstaande informatie: 27-09-2026

Informatie op bedrijfsniveau

1. Integratie van duurzaamheidsrisico's in investeringsbesluitvormingsprocessen

Duurzaamheidsrisico's worden meegewogen in het beleggingsbesluitvormingsproces van PrismaLife AG (zie voor details 1.1 Beleggingsproces en ESG-integratie). Onder duurzaamheidsrisico's worden gebeurtenissen of omstandigheden op het gebied van milieu, sociale zaken en ondernemingsbestuur verstaan, waarvan het plaatsvinden feitelijke of potentiële wezenlijke negatieve effecten zou kunnen hebben op de vermogens-, financiële of resultaatpositie en op de reputatie van de onderneming.

1.1 Beleggingsproces en ESG-integratie

PrismaLife AG hanteert voor haar dekkingsmassa een tweestaps beleggingsproces, dat zowel rendements-, liquiditeits- en risicoparameters als ESG-doelstellingen omvat.

Bij de selectie van geschikte beleggingen beoordeelt PrismaLife AG eerst klassieke kengetallen zoals rendement, looptijd (duration) en kredietwaardigheid van de emittenten. In een tweede stap volgt een analyse op basis van ESG-factoren. Voor alle nieuwe beleggingen gelden uitsluitingscriteria (zie details hieronder). Bovendien moeten de beleggingen van de dekkingsmassa in totaal een bovengemiddelde MSCI ESG-score behalen (MSCI ESG-rating van AA of hoger). De in de loop van een boekjaar nieuw aangekochte beleggingen mogen de ESG-score van de portefeuille aan het einde van het jaar niet verslechteren. Daarnaast wordt de hoogte van de CO2-emissies van de portefeuille gemeten. Om de CO2-balans van onze portefeuille actief te sturen en een ongecontroleerde stijging te voorkomen, onderwerpen wij emissie-intensieve nieuwe beleggingen aan een strenge controle. Nieuwe investeringen met een hoge CO2-intensiteit (>30% boven de huidige CO2-voetafdruk van de portefeuille) kunnen alleen worden toegestaan als zij bindende reductiedoelstellingen in de zin van het Klimaatakkoord van Parijs of een leidende rol in een sectorvergelijking kunnen aantonen.

Bestaande beleggingen worden regelmatig gecontroleerd op basis van dezelfde ESG-criteria. Bij een ernstige schending van de gedefinieerde uitsluitingscriteria wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden PrismaLife AG de positie kan afbouwen. Een desinvestering vindt altijd plaats met inachtneming van de economische belangen van onze klanten.

Voor het bepalen van de ESG-score, de CO2-emissies en de controle op de naleving van de gedefinieerde uitsluitingscriteria worden gegevens van MSCI Solutions LLC gebruikt.

Bij de gedefinieerde uitsluitingscriteria oriënteren wij ons op de richtlijnen van het BarmeniaGothaer-concern.

Op bedrijfsactiviteiten en normen gebaseerde uitsluitingscriteria verkleinen het beleggingsuniversum met ondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten niet aan bepaalde vereisten voldoen. Met deze criteria sluiten wij ondernemingen en staten uit van kapitaalbelegging die in strijd handelen met onze duurzaamheidsprincipes.

Bij de belegging in bedrijfsobligaties en aandelen gelden de volgende uitsluitingscriteria:

  • Productie van conventionele wapens of van essentiële onderdelen¹ daarvan (behalve ondernemingen gevestigd in de EU of in de VS).
  • Productie van verboden wapens² (clusterbommen, landmijnen, enz.) of van essentiële onderdelen¹ daarvan.
  • Productie van kernwapens of van essentiële onderdelen¹ daarvan.
  • Tabaksproductie, tabakshandel of toelevering van tabaksproducten (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%).
  • Productie van biociden³ die een bijzonder negatieve impact hebben op de biodiversiteit⁴ (aandeel in de totale omzet van meer dan 5%).
  • Winnen van thermische kolen (aandeel in de totale omzet van meer dan 5%) of het aanhouden van kolenreserves groter dan 1 miljard ton⁵.
  • Elektriciteitsopwekking uit thermische kolen (aandeel in de totale omzet van meer dan 15% voor ondernemingen gevestigd in EU- en OESO-landen, respectievelijk 20% voor ondernemingen gevestigd in alle andere landen)⁵.
  • Ondernemingen die plannen hebben voor:
  • de bouw van nieuwe kolencentralecapaciteit van ten minste 100 MW of
  • de ontginning van nieuwe kolenmijnen of een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse productie van ten minste 1 miljoen ton thermische kolen of
  • de ontwikkeling/uitbreiding van kolentransportfaciliteiten of andere infrastructuur ter ondersteuning van kolenmijnen.
  • Winnen van arctische olie en gas⁶ (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%)⁵.
  • Winnen van teerzanden en schalie-olie (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%).
  • Olie- of gasmaatschappijen gevestigd in de EU- en OESO-landen met expansieplannen voor de ontginning van nieuwe olie- of gasvelden, die nog geen Net Zero-doelstelling hebben vastgesteld.
  • Ondernemingen gevestigd in Rusland of Belarus.

Daarnaast worden ondernemingen uitgesloten die de volgende normen schenden:7

  • De 10 principes van het United Nations Global Compact (wereldwijd het grootste en belangrijkste initiatief voor verantwoord ondernemingsbestuur).
  • De fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO – gespecialiseerde organisatie van de VN voor internationale arbeids- en sociale normen).
  • De UN Guiding Principles on Business and Human Rights (VN-richtsnoeren voor bedrijfsleven en mensenrechten).
  • De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (normen voor verantwoord ondernemerschap van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

Voor de infrastructuursector geldt:

  • Geen financiering van projecten die gericht zijn op de ontginning van nieuwe olie- en gasvelden, de bouw van nieuwe olie- en gascentrales of transportnetwerken, of een relevante specifieke infrastructuur. Uitgezonderd hiervan zijn projecten die aantoonbaar verenigbaar zijn met de 1,5-graden-doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs.⁸
  1. 1
    Geen essentiële onderdelen zijn die onderdelen die weliswaar voor de productie van conventionele wapens gebruikt kunnen worden, maar waarvan het hoofddoel een ander gebruik is (zogenaamde "dual-use producten").
  2. 2
    Onder "verboden wapens" vallen antipersonenmijnen, clustermunitie, chemische en biologische wapens.
  3. 3
    Biociden zijn stoffen die op een andere manier dan door louter fysieke of mechanische inwerking schadelijke organismen vernietigen, afschrikken, onschadelijk maken, de effecten daarvan voorkomen of deze op andere wijze bestrijden of daartoe bestemd zijn.
  4. 4
    Dit wordt bepaald op basis van de stand van de wetenschap en de beschikbaarheid van gegevens. Momenteel vallen neonicotinoïden en organochloorverbindingen in deze categorie.
  5. 5
    Bij deze uitsluiting kan desondanks worden belegd in Green Bonds van de betreffende ondernemingen. Green Bonds omvatten alle obligaties waarbij het kapitaalbedrag volgens de obligatievoorwaarden wordt gebruikt voor concrete ecologisch duurzame projecten.
  6. 6
    Onder arctische olie- en gasproductie wordt momenteel elke winning ten noorden van de 66,50e breedtegraad verstaan.
  7. 7
    Relevante voorvallen worden vastgesteld aan de hand van gegevens van externe dataleveranciers en beoordeeld om te bepalen of er sprake is van een overtreding.
  8. 8
    De projecten moeten in overeenstemming zijn met wetenschappelijk onderbouwde of door overheden vastgestelde regionale/nationale 1,5-graden-klimaatpaden.

Anlageklasse

Aktien und Unternehmensanleihen


Ausschlusskriterien


Herstellung von oder Handel mit geächteten Waffen (Streubomben, Landminen etc.) sowie Atomwaffen


Herstellung von Bioziden (Chemikalien, die von der WHO als extrem gefährlich eingestuft werden)


Bei der Behandlung von Arbeitnehmern Verstoss gegen Prinzipien, die die ILO als grundlegend ansieht:
Einschränkung der Versammlungs- und Vereinigungsfreiheit, Zwangsarbeit, Kinderarbeit, Diskriminierung sowie systematische Umgehung von Mindestarbeitsstandards


Verstoss gegen Menschenrechte über Arbeits-verhältnisse hinaus, z. B. Inkaufnahme von Gefährdung der Kunden, Menschenhandel, Gewaltanwendung, Verletzung der Selbst-bestimmungsrechte


Verstoss gegen eines oder mehrere der zehn Prinzipien des UN Global Compac


Anlageklasse

Staatsanleihen


Ausschlusskriterien


Autoritäre Regime bzw. unfreie Staaten gemäss Klassifizierung von Freedom House


Juristische Diskriminierung gesellschaftlicher Gruppen, z. B. Frauen, Menschen mit Behinderung, Minderheiten


Weite Verbreitung von Kinderarbeit


Verstoss gegen Menschenrechte, z. B. politische Willkür, Folter, Einschränkung der Bewegungs- und Religionsfreiheit


Massive Einschränkung der Presse- und Medienfreiheit


Praktizierung der Todesstrafe*


Anlageklasse

Rohstoffe


Ausschlusskriterien


Ausschluss von Rohstoffen aus dem Agrarsektor


Staatsobligaties en aan de overheid gelieerde emittenten met ernstige beperkingen van politieke rechten en burgerlijke vrijheden (status „Not Free“ in de Freedom House Index) zijn uitgesloten van belegging. Bovendien wordt het duurzaamheidsconcept van BarmeniaGothaer voor staten toegepast. Hiervoor is een ESG-statenindex ontwikkeld, waarin de belangrijkste duurzaamheidscriteria, zoals klimaatbescherming, kinderarbeid, genderongelijkheid, rechtsstatelijkheid, corruptie evenals burgerlijke vrijheden en politieke rechten worden meegenomen. Vanwege de integrale benadering worden de drie duurzaamheidsgebieden milieu, sociale zaken en ondernemingsbestuur nagenoeg gelijk gewogen. De rangschikking binnen de ESG-statenindex geeft inzicht in de duurzaamheid van de afzonderlijke staten en wordt vertaald naar een beoordelingssysteem op een schaal van 1 tot 5.

  • Staten met een score van 1 tot 3 zijn zonder beperkingen toegelaten voor beleggingen.
  • Staten mit een score van 4 vereisen een diepgaande duurzaamheidsanalyse om te bepalen of de staten over een duidelijke strategie beschikken voor een aanzienlijke verbetering van hun ESG-kenmerken.
  • Staten met een score van 5 zijn niet toegelaten voor beleggingen.

Aanvullend op het beoordelingssysteem zijn staatsobligaties en aan de overheid gelieerde emittenten met ernstige beperkingen van politieke rechten en burgerlijke vrijheden (status „Not Free“ in de Freedom House Index) uitgesloten van belegging.

1.2 Fondsselectie bij beleggingsverzekeringen

Bij de vrije fondsenbelegging kiest de verzekeringnemer op basis van zijn risicobereidheid een passende kapitaalbelegging uit een of meer van de aangeboden beleggingsfondsen. Het doel is om een zo breed mogelijk fondsuniversum ter beschikking te stellen, waarmee een klant zijn individuele voorkeuren met betrekking tot beleggingscategorie, beleggingsfocus, risicobereidheid en duurzaamheidsvoorkeuren kan vormgeven. PrismaLife AG breidt het aanbod van fondsen die verschillende duurzaamheidsstrategieën volgen voortdurend uit. Onze beleggingsverzekeringen bieden voor de individuele belegging tijdens de opbouwfase van de verzekeringsovereenkomst een keuze uit fondsen die ecologische of sociale kenmerken promoten (conform art. 8 SFDR) of duurzame beleggingsdoelstellingen nastreven (conform art. 9 SFDR). Waar mogelijk worden in elke beleggingscategorie beleggingsopties aangeboden die rekening houden met duurzaamheidsaspecten. Denk hierbij aan de uitsluiting van controversiële sectoren, zoals de wapenindustrie of tabak, de selectie van ecologisch toonaangevende ondernemingen binnen een sector (Best-in-Class) of beleggingen in projecten met een meetbare positieve impact op milieu of maatschappij (Impact Investing). Wij voeren geen algemene inhoudelijke specificatie van het fondsaanbod door, zoals een focus op bepaalde sociale of ecologische thema's.

2. Verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren

PrismaLife AG houdt rekening met beginselen op het gebied van milieu, sociale zaken en governance (ESG-factoren) bij de selectie van beleggingen voor haar kapitaalbeleggingen. De verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten (Principal Adverse Impacts) van de beleggingsbeslissingen van PrismaLife AG op duurzaamheidsfactoren is te vinden in het volgende document.

PAI-Statement 2025 (PDF)

3. Integratie van duurzaamheidsrisico's in het beloningsbeleid

Conform artikel 5 SFDR moeten financiëlemarktdeelnemers informatie publiceren over de mate waarin hun beloningsbeleid in overeenstemming is met de integratie van duurzaamheidsrisico's.

Duurzaamheidsrisico's hebben betrekking op gebeurtenissen of omstandigheden op het gebied van milieu, sociale zaken of ondernemingsbestuur, waarvan het plaatsvinden feitelijke of potentiële wezenlijke negatieve effecten zou kunnen hebben op de waarde van beleggingen of verplichtingen. Het meewegen van deze risico's is impliciet terug te vinden in de bestaande beloningsrichtlijnen van PrismaLife AG. De op kwantitatieve criteria gerichte variabele beloning van de directie is niet gekoppeld aan het behalen van expliciete ESG-doelstellingen.


Het beloningsbeleid met distributiepartners is zo ingericht dat er rekening wordt gehouden met het belang van de klant en dat er advies op maat wordt gegeven. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de beloning voor de bemiddeling van fondsen met of zonder duurzaamheidscriteria.

Informatie op productniveau

1. Duurzaamheidsgerelateerde informatie over het algemeen vermogen en de afgescheiden vermogens van PrismaLife AG
1.1 Samenvatting

Het algemeen vermogen en de afgescheiden vermogens van PrismaLife AG worden beheerd in een gezamenlijke portefeuille, de zogenaamde dekkingsmassa (Deckungsstock). Er worden ecologische en sociale kenmerken gepromoot, maar er worden geen duurzame beleggingen nagestreefd. De in aanmerking genomen ecologische en sociale kenmerken omvatten sectorale en op waarden gebaseerde uitsluitingen, een analyse op basis van ESG-factoren en de CO2-voetafdruk van de beleggingen.

PrismaLife AG hanteert een tweestaps beleggingsproces, dat zowel rendements-, liquiditeits- en risicoparameters als ESG-factoren omvat. In de eerste stap vindt de financiëlemarktanalyse plaats op basis van beleggingscategorieën, sectoren, rendementen en looptijden, evenals klassieke ratingkengetallen. In de tweede stap worden de potentiële beleggingsopties getoetst aan de hand van ESG-factoren en indien nodig geprioriteerd. De beleggingsbeslissing wordt vervolgens genomen op basis van de telkens betere ESG-score en een zo laag mogelijke CO2-voetafdruk, evenals met inachtneming van de gedefinieerde uitsluitingscriteria. Voor de beoordeling van de beleggingsopties worden gegevens gebruikt van een erkende externe dataleverancier die gespecialiseerd is in duurzaamheidsanalyses (momenteel MSCI Solutions LLC). Bestaande beleggingen worden regelmatig gecontroleerd op basis van dezelfde ESG-criteria. Bij ernstige schendingen of controverses wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden PrismaLife AG de positie kan afbouwen. Een desinvestering vindt altijd plaats met inachtneming van de economische belangen van onze klanten.

1.2 Geen duurzame beleggingsdoelstelling

Dit financiële product promoot ecologische of sociale kenmerken, maar heeft geen duurzame beleggingsdoelstelling.

1.3 Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product

De ecologische en sociale kenmerken van dit financiële product omvatten het volgende:

  • Sectorale en op waarden gebaseerde uitsluitingen: Bij beleggingen worden uitsluitingscriteria toegepast (zie voor details 1.4 Beleggingsstrategie).
  • Analyse op basis van ESG-factoren: PrismaLife AG maakt gebruik van de dienstverlening van de externe dataleverancier MSCI Solutions LLC om beleggingsopties te beoordelen aan de hand van ESG-factoren. De beleggingen van de dekkingsmassa moeten in totaal een bovengemiddelde ESG-score vertonen (MSCI ESG-rating van AA of hoger). De in de loop van een boekjaar nieuw aangekochte beleggingen mogen de ESG-score van de portefeuille aan het einde van het jaar niet verslechteren.
  • Broeikasgasemissies: De CO2-emissies van de beleggingsportefeuille worden regelmatig gemeten. Om de CO2-balans van onze portefeuille actief te sturen en een ongecontroleerde stijging te voorkomen, onderwerpen wij emissie-intensieve nieuwe beleggingen aan een strenge controle. Nieuwe investeringen met een hoge CO2-intensiteit (>30% boven de huidige CO2-voetafdruk van de portefeuille) kunnen alleen worden toegestaan als zij bindende reductiedoelstellingen in de zin van het Klimaatakkoord van Parijs of een leidende rol in een sectorvergelijking kunnen aantonen.
1.4 Beleggingsstrategie

PrismaLife AG voert voor haar dekkingsmassa een bewust conservatief beleggingsbeleid dat is afgestemd op ESG-criteria. Het hoofddoel is het genereren van de jaarlijkse renteverplichtingen.

Bij de selectie van geschikte beleggingen worden eerst klassieke kengetallen zoals rendement, looptijd en kredietwaardigheid van de emittenten beoordeeld. Beleggingen die op basis van deze kengetallen geschikt zijn, worden in een tweede stap getoetst aan ESG-criteria. Voor alle nieuwe beleggingen gelden uitsluitingscriteria (zie details hieronder). Bovendien moeten de beleggingen van de dekkingsmassa in totaal een bovengemiddelde MSCI ESG-score behalen (MSCI ESG-rating van AA of hoger). De in de loop van een boekjaar nieuw aangekochte beleggingen mogen de ESG-score van de portefeuille aan het einde van het jaar niet verslechteren. Daarnaast wordt de hoogte van de CO2-emissies van de portefeuille gemeten. Om de CO2-balans van onze portefeuille actief te sturen en een ongecontroleerde stijging te voorkomen, onderwerpen wij emissie-intensieve nieuwe beleggingen aan een strenge controle. Nieuwe investeringen met een hoge CO2-intensiteit (>30% boven de huidige CO2-voetafdruk van de portefeuille) kunnen alleen worden toegestaan als zij bindende reductiedoelstellingen in de zin van het Klimaatakkoord van Parijs of een leidende rol in een sectorvergelijking kunnen aantonen.

De beoordeling van governance-aspecten wordt eveneens in de beschouwing meegenomen. Enerzijds wordt bij het bepalen van de MSCI ESG-score onder meer beoordeeld of de bedrijfsvoering materiële risico's voor de belegging met zich meebrengt. Daarnaast zijn minimale beschermingsmaatregelen verankerd in de geldende uitsluitingscriteria. Ook bij staatsobligaties worden de werkwijzen van goed bestuur in de zin van een democratisch staatsbestuur beoordeeld.

Bestaande beleggingen worden regelmatig gecontroleerd op basis van dezelfde ESG-criteria. Bij een ernstige schending van de gedefinieerde uitsluitingscriteria wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden PrismaLife AG de positie kan afbouwen. Een desinvestering vindt altijd plaats met inachtneming van de economische belangen van onze klanten.

Bij de gedefinieerde uitsluitingscriteria oriënteren wij ons op de richtlijnen van het BarmeniaGothaer-concern.

Op bedrijfsactiviteiten en normen gebaseerde uitsluitingscriteria verkleinen het beleggingsuniversum met ondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten niet aan bepaalde vereisten voldoen. Met deze criteria sluiten wij ondernemingen en staten uit van kapitaalbelegging die in strijd handelen met onze duurzaamheidsprincipes.

Bij de belegging in bedrijfsobligaties en aandelen gelden de volgende uitsluitingscriteria:

  • Productie van conventionele wapens of van essentiële onderdelen¹ daarvan (behalve ondernemingen gevestigd in de EU of in de VS).
  • Productie van verboden wapens² (clusterbommen, landmijnen, enz.) of van essentiële onderdelen¹ daarvan.
  • Productie van kernwapens of van essentiële onderdelen¹ daarvan.
  • Tabaksproductie, tabakshandel of toelevering van tabaksproducten (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%).
  • Productie van biociden³ die een bijzonder negatieve impact hebben op de biodiversiteit⁴ (aandeel in de totale omzet van meer dan 5%).
  • Winnen van thermische kolen (aandeel in de totale omzet van meer dan 5%) of het aanhouden van kolenreserves groter dan 1 miljard ton⁵.
  • Elektriciteitsopwekking uit thermische kolen (aandeel in de totale omzet van meer dan 15% voor ondernemingen gevestigd in EU- en OESO-landen, respectievelijk 20% voor ondernemingen gevestigd in alle andere landen)⁵.
  • Ondernemingen die plannen hebben voor:
  • de bouw van nieuwe kolencentralecapaciteit van ten minste 100 MW of
  • de ontginning van nieuwe kolenmijnen of een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse productie van ten minste 1 miljoen ton thermische kolen of
  • de ontwikkeling/uitbreiding van kolentransportfaciliteiten of andere infrastructuur ter ondersteuning van kolenmijnen.
  • Winnen van arctische olie en gas⁶ (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%)⁵.
  • Winnen van teerzanden en schalie-olie (aandeel in de totale omzet van telkens meer dan 5%).
  • Olie- of gasmaatschappijen gevestigd in de EU- en OESO-landen met expansieplannen voor de ontginning van nieuwe olie- of gasvelden, die nog geen Net Zero-doelstelling hebben vastgesteld.
  • Ondernemingen gevestigd in Rusland of Belarus.

Daarnaast worden ondernemingen uitgesloten die de volgende normen schenden:7

  • De 10 principes van het United Nations Global Compact (wereldwijd het grootste en belangrijkste initiatief voor verantwoord ondernemingsbestuur).
  • De fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO – gespecialiseerde organisatie van de VN voor internationale arbeids- en sociale normen).
  • De UN Guiding Principles on Business and Human Rights (VN-richtsnoeren voor bedrijfsleven en mensenrechten).
  • De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (normen voor verantwoord ondernemerschap van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

Voor de infrastructuursector geldt:

  • Geen financiering van projecten die gericht zijn op de ontginning van nieuwe olie- en gasvelden, de bouw van nieuwe olie- en gascentrales of transportnetwerken, of een relevante specifieke infrastructuur. Uitgezonderd hiervan zijn projecten die aantoonbaar verenigbaar zijn met de 1,5-graden-doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs.⁸
  1. 1
    Geen essentiële onderdelen zijn die onderdelen die weliswaar voor de productie van conventionele wapens gebruikt kunnen worden, maar waarvan het hoofddoel een ander gebruik is (zogenaamde "dual-use producten").
  2. 2
    Onder "verboden wapens" vallen antipersonenmijnen, clustermunitie, chemische en biologische wapens.
  3. 3
    Biociden zijn stoffen die op een andere manier dan door louter fysieke of mechanische inwerking schadelijke organismen vernietigen, afschrikken, onschadelijk maken, de effecten daarvan voorkomen of deze op andere wijze bestrijden of daartoe bestemd zijn.
  4. 4
    Dit wordt bepaald op basis van de stand van de wetenschap en de beschikbaarheid van gegevens. Momenteel vallen neonicotinoïden en organochloorverbindingen in deze categorie.
  5. 5
    Bij deze uitsluiting kan desondanks worden belegd in Green Bonds van de betreffende ondernemingen. Green Bonds omvatten alle obligaties waarbij het kapitaalbedrag volgens de obligatievoorwaarden wordt gebruikt voor concrete ecologisch duurzame projecten.
  6. 6
    Onder arctische olie- en gasproductie wordt momenteel elke winning ten noorden van de 66,50e breedtegraad verstaan.
  7. 7
    Relevante voorvallen worden vastgesteld aan de hand van gegevens van externe dataleveranciers en beoordeeld om te bepalen of er sprake is van een overtreding.
  8. 8
    De projecten moeten in overeenstemming zijn met wetenschappelijk onderbouwde of door overheden vastgestelde regionale/nationale 1,5-graden-klimaatpaden.

Staatsobligaties en aan de overheid gelieerde emittenten met ernstige beperkingen van politieke rechten en burgerlijke vrijheden (status „Not Free“ in de Freedom House Index) zijn uitgesloten van belegging. Bovendien wordt het duurzaamheidsconcept van BarmeniaGothaer voor staten toegepast. Hiervoor is een ESG-statenindex ontwikkeld, waarin de belangrijkste duurzaamheidscriteria, zoals klimaatbescherming, kinderarbeid, genderongelijkheid, rechtsstatelijkheid, corruptie evenals burgerlijke vrijheden en politieke rechten worden meegenomen. Vanwege de integrale benadering worden de drie duurzaamheidsgebieden milieu, sociale zaken en ondernemingsbestuur nagenoeg gelijk gewogen. De rangschikking binnen de ESG-statenindex geeft inzicht in de duurzaamheid van de afzonderlijke staten en wordt vertaald naar een beoordelingssysteem op een schaal van 1 tot 5.

  • Staten met een score van 1 tot 3 zijn zonder beperkingen toegelaten voor beleggingen.
  • Staten mit een score van 4 vereisen een diepgaande duurzaamheidsanalyse om te bepalen of de staten over een duidelijke strategie beschikken voor een aanzienlijke verbetering van hun ESG-kenmerken.
  • Staten met een score van 5 zijn niet toegelaten voor beleggingen.

Aanvullend op het beoordelingssysteem zijn staatsobligaties en aan de overheid gelieerde emittenten met ernstige beperkingen van politieke rechten en burgerlijke vrijheden (status „Not Free“ in de Freedom House Index) uitgesloten van belegging.

1.5 Aandeel beleggingen

Met dit financiële product worden ecologische of sociale kenmerken gepromoot, maar er worden geen duurzame beleggingen nagestreefd. Er wordt voornamelijk belegd in beleggingen die gericht zijn op ecologische of sociale kenmerken. Deze beleggingen worden gedaan om de gepromote ecologische of sociale kenmerken te behalen. Daarnaast kunnen er voor liquiditeitsdoeleinden en om strategische overwegingen kasmiddelen in de portefeuille worden aangehouden. Bovendien kunnen onder de categorie « Overige beleggingen » ook beleggingen vallen waarvoor geen duurzaamheidsgegevens beschikbaar zijn.

1.6 Monitoring van ecologische of sociale kenmerken

De ecologische en sociale kenmerken van de beleggingen in de portefeuille worden regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar, gecontroleerd. PrismaLife AG maakt gebruik van de dienstverlening van de externe dataleverancier MSCI Solutions LLC om de beleggingen te beoordelen aan de hand van de MSCI ESG-score, de CO2-voetafdruk en de gedefinieerde uitsluitingscriteria. De resultaten van de analyses worden gepresenteerd aan het beleggingscomité. Bij ernstige bevindingen wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden PrismaLife AG de positie kan afbouwen. Een desinvestering vindt altijd plaats met inachtneming van de economische belangen van onze klanten.

1.7 Methodologieën voor ecologische of sociale kenmerken

PrismaLife AG maakt gebruik van de dienstverlening van de externe dataleverancier MSCI Solutions LLC, die duurzaamheidsgegevens verstrekt. De verantwoordelijke medewerkers van PrismaLife AG zijn getraind in de omgang met deze gegevens en actualiseren hun kennis over duurzaamheid voortdurend via vakseminars en bijscholingen. Centraal in de analyse staat de MSCI ESG-score, die voor ondernemingen en staten een groot aantal gegevens over de omgang met duurzaamheidsrisico's en -kansen, evenals over ongunstige effecten op duurzaamheid, samenvat in één rating. Daarnaast worden gegevens over de CO2-voetafdruk en over controverses in verband met de gedefinieerde uitsluitingscriteria geanalyseerd.

1.8 Databronnen en -verwerking

PrismaLife AG maakt gebruik van de door MSCI Solutions LLC verstrekte duurzaamheidsgegevens voor de beoordeling van de gedefinieerde uitsluitingscriteria en voor de berekening van de ESG-score en de CO2-voetafdruk van de portefeuille. PrismaLife AG maakt op dit moment geen gebruik van geschatte gegevens.

1.9 Methodologische en databeperkingen

Beleggingen waarover MSCI Solutions LLC geen gegevens verstrekt, kunnen worden gedaan in het kader van de « Overige beleggingen ». Deze beleggingen worden meegenomen in de regelmatige analyse. Mochten er gegevens beschikbaar komen die tegen een belegging pleiten, dan wordt de casus behandeld in het beleggingscomité en wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden de positie kan worden afgebouwd.

1.10 Due diligence

Ter naleving van de zorgvuldigheidsplicht bij de beleggingen van de dekkingsmassa houdt PrismaLife AG rekening met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren op het gebied van milieu, sociale zaken en werkgelegenheid, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de broeikasgasemissies (milieu) en de schendingen van UNGC-beginselen en betrokkenheid bij omstreden wapens (sociale zaken en werkgelegenheid). Deze thema's zijn verankerd in de gedefinieerde uitsluitingscriteria en worden regelmatig gemonitord.

Op deze manier verminderen wij het risico op beleggingen in ondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten aanzienlijke ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren (Principal Adverse Impacts) hebben. Bij een vastgestelde toename van de ongunstige effecten bij bestaande beleggingen wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden PrismaLife AG de betreffende posities kan afbouwen. Een desinvestering vindt altijd plaats met inachtneming van de economische belangen van onze klanten.

1.11 Engagementbeleid

PrismaLife AG houdt momenteel geen directe aandelenbeleggingen en kan daarom geen actieve stemrechten uitoefenen in de zin van een actief aandeelhouderschap (Active Ownership). Bovendien beschikt PrismaLife AG, gezien de naar verhouding kleine dekkingsmassa, nauwelijks over kansrijke mogelijkheden om via actieve uitoefening van stemrecht invloed uit te oefenen op ESG-aspecten. Mogelijkheden om, bijvoorbeeld in het kader van beleggersinitiatieven, als fixed-income belegger met een klein beleggingsvolume gezamenlijke ESG-betrokkenheid te tonen, worden momenteel door PrismaLife AG onderzocht.

Precontractuele informatieverschaffing

Algemeen vermogen van PrismaLife AG (PDF)
Afgescheiden vermogen Taggeld (PDF)

Jaarlijks (periodiek) verslag

Algemeen vermogen van PrismaLife AG (boekjaar 2025) (PDF)
Afgescheiden vermogen Taggeld (boekjaar 2025) (PDF)

2. Duurzaamheidsgerelateerde informatieverschaffing over de verzekeringsproducten van PrismaLife AG

Duurzaamheidsgerelateerde informatie over de verzekeringstarieven von PrismaLife AG vindt u op de pagina van het betreffende tarief.

FID - Prisma FlexInvest
FIPD - Prisma FlexInvestPlus
DV Bertrandt - Direktversicherung Bertrandt

Toelichting op de aangebrachte wijzigingen

Stand per 25-09-2026:

Aanpassing van de informatie op bedrijfsniveau:

  • Tekstuele aanpassingen in verband met de EmpCo-richtlijn (Empowering Consumers for the Green Transition, EU 2024/825).
  • Aanpassing van de gedefinieerde uitsluitingscriteria: vanaf 2026 wordt bij nieuwe beleggingen rekening gehouden met de uitsluitingscriteria van het BarmeniaGothaer-concern.
  • Schrapping van de doelstelling dat het aandeel duurzaam georiënteerde fondsen (volgens de classificatie van Morningstar) in het selecteerbare fondsuniversum op de lange termijn meer dan 50% zou moeten bedragen. De reden hiervoor is de toenemende regulatoire dynamiek en de daarmee gepaard gaande onduidelijkheid bij de definitie van „duurzame“ financiële producten op EU-niveau. Om verkeerde interpretaties en misleidende algemene uitspraken in de zin van de EmpCo-richtlijn te voorkomen, zien wij af van een puur kwantitatieve doelstelling op basis van externe ratings, zolang de erkenning daarvan als gecertificeerde milieuclaim in het nieuwe wettelijke kader nog niet rond is. In plaats daarvan richten wij ons op het kwalitatief aanbieden van fondsen met duidelijk gedefinieerde kenmerken conform art. 8 en 9 SFDR.
  • Naamswijziging van MSCI ESG Research naar MSCI Solutions LLC.

Aanpassing van de informatie op productniveau:

  • Tekstuele aanpassingen in verband met de EmpCo-richtlijn (EU 2024/825).
  • Aanpassing van de gedefinieerde uitsluitingscriteria: vanaf 2026 wordt bij nieuwe beleggingen rekening gehouden met de uitsluitingscriteria van het BarmeniaGothaer-concern.
  • Actualisering van de precontractuele ESG-informatie voor het algemeen vermogen van PrismaLife AG en het afgescheiden vermogen Taggeld.
  • Aanvulling van de periodieke ESG-informatie voor het algemeen vermogen van PrismaLife AG en het afgescheiden vermogen Taggeld.
  • Naamswijziging van MSCI ESG Research naar MSCI Solutions LLC.

Stand per 30-06-2026

Aanpassing van de informatie op bedrijfsniveau:

  • Jaarlijkse actualisering van de „Verklaring over de belangrijkste ongunstige effecten op de duurzaamheidsfactoren“ (PAI-verklaring) conform Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288.

Stand per 30-06-2025

Aanpassing van de informatie op bedrijfsniveau:

  • Jaarlijkse actualisering van de PAI-verklaring conform Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288.

Stand per 28-06-2024

Aanpassing van de informatie op bedrijfsniveau:

  • Correctie van het geplande tijdstip voor het behalen van de doelstelling van een aandeel van meer dan 50% van de aangeboden beleggingsfondsen die rekening houden met duurzame aspecten. Omdat bij de voortschrijdende precisering van de regelgeving steeds strengere criteria aan deze classificatie worden gesteld, kon de gedefinieerde doelstelling niet zoals gepland in 2023 worden behaald. Er worden nog steeds wijzigingen in de classificatieprocedures voor duurzame beleggingen verwacht. Desondanks houdt PrismaLife AG vast aan haar doelstelling om het aantal aangeboden beleggingsfondsen dat rekening houdt met duurzame aspecten verder te verhogen.
  • Jaarlijkse actualisering van de PAI-verklaring.
  • Tekstuele aanpassing van de beschrijving in de sectie „Integratie van duurzaamheidsrisico's in het beloningsbeleid“.

Aanpassing van de informatie op productniveau:

  • Kleine redactionele aanpassingen van de teksten.
  • Concretisering van de beschrijving in de sectie „Betrokkenheidsbeleid“.
  • Actualisering van de precontractuele ESG-informatie voor het algemeen vermogen van Barmenia (Liechtenstein) AG en het afgescheiden vermogen Taggeld.

Stand per 30-06-2023: In de geactualiseerde versie is de informatie op bedrijfsniveau uitgebreid met de PAI-verklaring conform Gedelegeerde Verordening 2022/1288.

Stand per 01-04-2023: De informatie over duurzaamheid volgens Verordening (EU) 2019/2088 (Art. 3-5) was voorheen opgenomen in de bijlage van het duurzaamheidsverslag. In de geactualiseerde versie zijn de teksten over duurzaamheidsrisico's in beleggingsbesluitvormingsprocessen conform art. 3 SFDR gepreciseerd en gestroomlijnd. Het uitsluitingscriterium voor staatsobligaties „Autoritaire regimes“ is geconcretiseerd met de toevoeging „resp. onvrije staten volgens de classificatie van Freedom House“.

De informatie over het beloningsbeleid (Art. 5 SFDR) is aangevuld met een verklaring over de variabele beloning van de directie.

Stand per 30-12-2022: Publicatie van de productgerelateerde informatieverschaffing conform art. 10 SFDR.

Meer informatie



Prisma FlexInvest

Met de fondsgebonden voorzorgsproducten van PrismaLife kunnen onze klanten de toekomst met een gerust hart tegemoet zien.


Onze fondsselectie

Ontdek ons volledige aanbod aan beleggingsopties met passende oplossingen voor uw persoonlijke doelen.

Duurzaam handelen en ESG-management bij PrismaLife

Lees meer over hoe wij ecologische, sociale en governance-aspecten (ESG) integreren in onze strategische beslissingen.



Prisma FlexInvest

Met de fondsgebonden voorzorgsproducten van PrismaLife kunnen onze klanten de toekomst met een gerust hart tegemoet zien.



Onze fondsselectie

Ontdek ons volledige aanbod aan beleggingsopties met passende oplossingen voor uw persoonlijke doelen.


Duurzaam handelen en ESG-management bij PrismaLife

Lees meer over hoe wij ecologische, sociale en governance-aspecten (ESG) integreren in onze strategische beslissingen.


Prisma FlexInvest

Met de fondsgebonden voorzorgsproducten van PrismaLife kunnen onze klanten de toekomst met een gerust hart tegemoet zien.

Onze fondsselectie

Ontdek ons volledige aanbod aan beleggingsopties met passende oplossingen voor uw persoonlijke doelen.

Duurzaam handelen en ESG-management bij PrismaLife

Lees meer over hoe wij ecologische, sociale en governance-aspecten (ESG) integreren in onze strategische beslissingen.